Veerboten/ponten

Arbo handreiking

Ingediend Deze inhoud is onderdeel van de Arbo handreiking en is ingediend voor goedkeuring als onderdeel van de Arbocatalogus.

Inleiding

Aan boord van veerboten en ponten kunnen zich specifieke risico’s voordoen.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende categorieën:

  • fiets- en voetveerponten (tot 12 passagiers)
  • veerponten; de auto-overzetveren
  • veerboten ook wel de “Zoute veren”

Deze laatste categorie, de grotere overzetveren op zeearmen en de Wadden is buiten de scope van de branche RI&E Binnenvaart gehouden omdat dergelijke grote bedrijven te maken hebben met specifieke bedrijf arbeidsrisico’s en het als niet noodzakelijk wordt gezien deze inventarisatie in de Branche RI&E en Arbo Catalogus op te nemen. Deze, vaak grotere bedrijven zijn al voorzien van een bedrijfsspecifieke RI&E.

Het werken op veerponten kent in zijn algemeenheid een aantal specifieke risico’s ten opzichte van werken op andere schepen.

 

Wat zijn de risico’s?

  • Vallen, struikelen en uitglijden bij het op- en afstappen van de klep/veerstoep;
  • Bij onderhoud van kabelveerponten buiten de reling; onderkoeling, beknelling, verdrinking door de kans op overboord vallen;
  • Psychisch letsel (PSA); de onwetendheid en onberekenbaarheid van de publieke sector kan leiden tot gevaarlijke situaties, bijvoorbeeld door ongewenst gedrag van het publiek (agressie);
  • Blootstelling aan weerelementen bij kaartverkoop;
  • Alleen werken
  • Bij kabelponten; bij onderhoud/vervangen van de staalkabels; letsel door te grote fysieke belasting van de  lange en zware staalkabels);

 

Maatregelen om de risico’s te beperken (doelvoorschriften)

  • Vallen, struikelen en uitglijden op- en afstappen van de klep/veerstoep;
    Bij het overstappen van de klep/veerstoep bestaat een verhoogd risico op uitglijden en vallen door natheid/gladheid. Dit risico wordt groter bij sneeuwval en ijs. Zorg voor een goede anti-sliplaag op de veerklep en het dek.
    Besteed aandacht aan algengroei en verwijder deze voordat dit vaste vormen aan gaat nemen.
    Zorg voor voldoende verlichting rond de veerstoep. Dit vergroot de veiligheid voor de werknemer, het publiek en verlaagt ook de kans op criminaliteit. 
     
  • Onderhoud bij kabelveerponten buiten de relingen: Onderkoeling, beknelling, verdrinking door de kans op overboord vallen;​
    Zorg bij het ontwerp van een pont dat alle te onderhouden onderdelen goed bereikbaar zijn binnen de relingen (zoals smeerpunten, etc.).
    Breng bij bestaande ponten eenmalig verlengingssystemen aan van smeerpunten zodat binnen de relingen kan worden gebleven om de kabelgeleiderollen te smeren.
    Bij bestaande ponten waar de situatie niet gewijzigd kan worden; voer onderhouds-werkzaamheden alleen uit als de pont stilligt, als 30% van het lichaam zich buiten de reling bevindt met valbeveiliging . Draag bij alle werkzaamheden buiten de reling een reddingsvest, en werk in het bijzijn van een collega.

    Persoonlijke beschermingsmiddelen:

    • Harnasgordel, valbeveiliging bijvoorbeeld valbeveiliging dat voldoet aan de norm NEN-EN-360 / NEN-EN-360 361.
    • Reddingsvest dat voldoet aan de eisen van ES-TRIN artikel 13.08; een persoonlijk geschikt, automatisch opblaasbaar zwemvest, dat voldoet aan de Europese normen  EN ISO 12402-3 : 2006; dit heeft minimaal een draagvermogen van 150 N.
       
  • Psychisch letsel (PSA) door onwetendheid en onberekenbaarheid van de publieke sector kan leiden tot gevaarlijke situaties;

    Voorlichting en onderricht:

    • Instrueer en train de medewerkers regelmatig hoe om te gaan met noodgevallen, onwetend gedrag en negatief gedrag van het publiek; geef een training omgaan met agressie en de-escalerend optreden.
    • Hang regels m.b.t. het gewenste gedrag en wat niet is toegestaan zichtbaar op.
    • Spreek het publiek aan Bij ongewenst gedrag.
    • Zorg, in overleg met de gemeente of opdrachtgever preventief voor een duidelijk aangegeven en goed verlichte omgeving, voorzien van voldoende en goed verlichte borden om misinterpretaties te voorkomen (en dus te voorkomen dat men het water inrijdt als de pont weg is).
       
  • Alleen werken;
    Alléén werken houdt altijd een bepaalde mate van risico in, zeker op een bewegend schip, aan dek, bewegende delen en draaiende machines. Duisternis verhoogt dit risico. Over het algemeen is men dit zich zeer goed bewust, gewenning en routine kunnen de aandacht echter laten verslappen. In werkinstructies kunt u voorwaarden aangeven en de manier waarop toezicht gehouden moet worden op dit soort werk.

    Zorg voor:

    • Een procedure ter bescherming van ongewenst of agressief gedrag door afsluiten stuurhut of blokkeren van de toegang door de slagbomen;
    • Voldoende mogelijkheden om alarm te slaan:
      Verstrek (technische) communicatiemiddelen zoals telefoons, portofoons, “man down” alarmeringssystemen, etc. om in te spelen op noodsituaties in het geval van alleen werken;
    • Benoem de situaties waarin werknemers alleen werken in de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E).
    • Neem de factor alleen werken mee in het Periodiek Arbeidsgeneeskundig Onderzoek (PAGO).
    • Zorg ervoor dat de organisatie optimaal is ingericht en adequaat en snel ter plekke hulp kan worden geboden aan de alleen werkende pontenschipper;
  • Letsel door te grote fysieke belasting bij onderhoudswerkzaamheden met lange en zware staalkabels
    Specifiek voor kabelponten is het periodiek uitwisselen van de staalkabels, die van oever tot oever lopen en daar zijn verankerd. Dit onderhoud vindt, afhankelijk van de omstandigheden ieder 1 a 2 jaar plaats. Deze staalkabels wegen snel 5 kg/meter (bij 28 mm. dikte) en worden gewikkeld op een houten rol geleverd.
    Gebruik aan boord zo veel mogelijk machines of een tilhulp om de kabels te hijsen en te heffen.
    Gebruik een tractor of heftruck aan de wal om oude kabels weg te halen en nieuwe kabels te spannen, om te grote fysieke belasting te voorkomen.
    Voer deze taken uit met voldoende mensen om de belasting te verdelen als er met kabels gesleept moet worden.

    Let op mogelijke vleeshaken in de staaldraden. Gebruik stevige goed passende draadhandschoenen, die minimaal voldoen aan de volgende normen:
    • EN 420: 2003 + A1: 2009 - Beschermende handschoenen - Algemene eisen en beproevingsmethoden voor handschoenen
    • EN 388: 2016 - Beschermende handschoenen tegen mechanische risico's

 

 

Wetgeving en overige informatie

Relevante informatie:

  • Arbowet Artikel 1.3 lid e en f PSA en stress
  • Arbowet Artikel 3, Arbeidsomstandighedenbeleid
  • Arbowet Artikel 5, Risico Inventarisatie- en Evaluatie (o.a. alleen werken)
  • Arbowet Artikel 15, lid 2 Deskundige bijstand BHV
  • Arbobesluit Artikel 2.15 Voorkomen van PSA
  • Arbobesluit Artikel 3.16 – lid 5 Voorkomen valgevaar
  • Arbobesluit artikel 3.2 Algemene vereisten arbeidsplaatsen 
  • Arbobesluit artikel 5.1 en 5.2 Fysieke belasting
  • https://www.arboportaal.nl/onderwerpen/alleen-werken
  • Filmpje over veerponten “Gierend heen en weer” 

 

 

Bijzondere risicogroepen

In deze Arbocatalogus worden de volgende groepen aangemerkt als een bijzondere risicogroep: jeugdigen (jonger dan 18 jaar), zwangeren en werknemers tijdens de lactatie, uitzendkrachten, stagiaires, vrijwilligers, anderstalligen, werknemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn of een beperking hebben. Voor al deze groepen geldt dat voor specifieke werkzaamheden zullen worden vrijgesteld i.v.m. de mogelijke gevaren die deze werkzaamheden met zich meebrengen.