De arbeidsinspectie (AI) heeft de eindverantwoordelijkheid voor de inspectie van het arbeidsomstandighedenbeleid, maar heeft in de binnenvaart deze taken voor een deel overgedragen aan andere inspectiediensten. Opvarenden aan boord die lid zijn van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging hebben bij inspecties vergezelrecht(het recht om de toezichthoudende ambtenaren tijdens hun bezoek/onderzoek te vergezellen) en kunnen een gesprek zonder aanwezigheid van de werkgever/schipper voeren met de inspecteur.

De naleving van de Arbowet kan ook op grond van de genoemde overdracht geïnspecteerd worden door inspectiediensten van Inspectie Verkeer en Waterstaat en de Koninklijke Landelijke Politie Diensten te water en de Zeehavenpolitie te Rotterdam. Hierover heeft de AI een convenant gesloten met deze inspectiediensten.

In het handhavingsbeleid wordt de volgende stelregel gebruikt: “Hard waar het moet, zacht waar het kan”. In het algemeen werkt dat als volgt. Een inspecteur kijkt bij een overtreding naar het gevaar en naar de complete situatie aan boord. Gaat het om een overtreding met groot gevaar voor werknemers, dan zal een inspecteur altijd formeel handhaven, ongeacht de situatie aan boord. Gaat het om een overtreding zonder direct gevaar dan kijkt de inspecteur of de arbeidsomstandigheden en het Arbobeleid in het algemeen aan boord goed zijn geregeld. Indien dit het geval is dan krijgt de werkgever/schipper de gelegenheid de overtreding zelf op te lossen. Een waarschuwing volgt indien op basis van de wet duidelijk is hoe een overtreding kan worden opgelost. Een eis volgt indien uit de Arbowet niet direct duidelijk is hoe een overtreding kan worden opgeheven.

Bij een ernstige overtreding zegt de inspectie een boete aan en kan het werk worden stilgelegd. De lijst beboetbare feiten en de tarieflijst boetenormbedragen geeft een overzicht van de boetes die bij overtredingen kunnen worden opgelegd.
 
De inspecties kunnen ook de organisatie van de bedrijfshulpverlening en het scheepsbedrijfsnoodplan inspecteren. In de binnenvaart is een goed scheepsbedrijfsnoodplan extra belangrijk. Anders dan bij bedrijven op de wal kan de response tijd van hulpdiensten groter zijn. Er zal een beroep worden gedaan op de zelfredzaamheid van de bemanning. Een aantal zaken moet u mede daarom goed op orde hebben. Zo moeten afhankelijk van de omvang van de risico’s aan boord een of meerdere opvarenden voldoende deskundig zijn als bedrijfshulpverlener (BHV-er). Iedere BHV-er moet voor één of meer van de hulpverleningstaken (eerste hulp bij ongevallen, branden blussen en ontruimen) getraind zijn. De BHV-organisatie als totaal moet in staat zijn alle drie de hulpverleningstaken uit te voeren.
 
Ga naar boven