Iedereen die aan boord van schepen werkt weet dat goed zeemanschap verlangd wordt bij het uitvoeren van de taken die bij het werk horen. Niemand zit te wachten op een ongeval en de daarbij horende schade en / of letsel. Toch tonen onderzoeken aan boord door de Arbeidsinspectie en het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) van de laatste jaren aan dat het in de praktijk brengen van het begrip goede zeemanschap soms te wensen overlaat.

Bij een ongeval spelen schuld of opzet volgens het Arbobesluit geen rol. Als er sprake is van grove schuld of aantoonbare opzet kan, na overleg met de Officier van Justitie, vervolging op basis van het wetboek van Strafrecht plaatsvinden. Ook als een werknemer door eigen roekeloos gedrag een arbeidsongeval krijgt, is de werkgever verantwoordelijk, aldus een uitspraak van de Raad van State.

 
Fouten van werknemers - jurisprudentie voor toekomstige zaken
Ook al is een ongeval veroorzaakt door een fout van de werknemer, waarbij aantoonbaar sprake is van roekeloos gedrag dan blijft de werkgever hoofdverantwoordelijke.
 
 
Voorbeeld
Tijdens stagnatie van de werkzaamheden was een werknemer even op een stilstaande transportband gaan zitten. Toen deze begon te lopen kwam de werknemer met zijn hand in aanraking met de aandrijfrol van de de transportband. De werknemer had “slechts” schaafwonden. Bij de reconstructie van dit incident is een voorman in dezelfde houding als het slachtoffer van het eerste incident nabij de aandrijfrol van de transportband gaan zitten, raakte vervolgens bekneld en verloor een paar vingertoppen.

Zowel tijdens het eerste incident als tijdens de nabootsing daarvan hebben de werknemers volgens het bedrijf in kwestie roekeloos gehandeld door hun hand in de transportband te steken, wat verboden is en niet tot de dagelijkse werkzaamheden behoort. Uit onderzoek door de Arbeidsinspectie is gebleken dat het in feite ook mogelijk was voor werknemers om vanuit staande houding in aanraking te komen met de bewegende aandrijfrol van de transportband.

Volgens de Raad van State doen schuld of opzet niets af aan de verantwoordelijkheid van de werkgever bij een bedrijfsongeval. De Raad van State volgt niet de stelling dat artikel 7.7, eerste lid, van het Arbo-besluit zo moet worden uitgelegd dat deze verplichting alleen geldt bij aanwezig gevaar in geval van normale uitvoering van de opgedragen werkzaamheden.

Wel wordt in dit soort gevallen, waarbij het slachtoffer door eigen schuld en in strijd met de hem bekende regels heeft gehandeld, bij de strafoplegging aan de werkgever hiermee rekening gehouden.

Uit gezamenlijk onderzoek van de Arbeidsinspectie en andere diensten in de binnenvaart is gebleken dat de staat van onderhoud van arbeidsmiddelen (bijvoorbeeld het onvoldoende onderhoud van de borgpennen van autokranen) en zeer zeker het werken met koppellieren en koppeldraden in de duwvaart als belangrijke oorzaken van ongevallen zijn te beschouwen.

Een vergelijkbare uitkomst kwam naar voren uit een gericht inspectie project in de binnenvaart naar:
  • Een veilige en ordelijke arbeidsplaats.
  • Het beschikbaar stellen en gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • De veiligheid van arbeidsmiddelen.
In vrijwel alle gevallen betroffen de geconstateerde tekortkomingen het niet of onvoldoende afgeschermd zijn van bewegende delen in de machinekamer. Deze delen moet zo afgeschermd zijn dat niemand zijn hand er tussen kan steken. Ook het onderhoud aan arbeidsmiddelen (autokranen) bleek in enkele gevallen onvoldoende.

Gevaarlijke situaties dienen duidelijk gemarkeerd te zijn met een pictogram dat het gevaar aanduid. Een dergelijke signalering ontslaat zowel de werkgever als werknemer niet van zijn/haar plicht om zorg te dragen voor een veilige werksituatie. 
 
Ga naar boven