Het Arbobesluit stelt dat indien op de arbeidsplaats stoffen aanwezig zijn die gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van werknemers dan wel hinder voor deze kunnen opleveren, de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid in acht dient te worden genomen.

Werkgevers moeten volgens een arbeidshygiënische strategie de veiligheid en gezondheid van werknemers beschermen. De arbeidshygiënische strategie zoals beschreven in artikel 4.4 van het Arbobesluit is een stelsel van beheersmaatregelen voor risico’s.

Werkgevers moeten zorgen voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden van werknemers (volgens de stand van de wetenschap en kennis van professionals). Bij risico’s in het werk verlangen Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling bronmaatregelen, collectieve maatregelen en/of individuele maatregelen.

 

Bronmaatregelen
Werkgevers moeten eerst gevaren voorkomen en maatregelen nemen voordat werknemers kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Indien het mogelijk is wordt de oorzaak van het probleem weggenomen, bijvoorbeeld door een schadelijke stof te vervangen door een veiliger en niet voor de gezondheid bedreigend alternatief. Als de hierboven genoemde aanpak niet het gewenste resultaat sorteert worden voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers zodanige technische maatregelen, werkprocessen, uitrustingen en materialen toegepast dat het vrijkomen van gevaarlijke stoffen is voorkomen of zodanig beperkt.

 

Collectieve maatregelen
Als bronmaatregelen niet mogelijk zijn, moet de werkgever collectieve maatregelen nemen om risico’s te verminderen, bijvoorbeeld het plaatsen van afscherming of een afzuiginstallatie.

 

Individuele maatregelen
Als collectieve maatregelen niet kunnen of ook (nog) geen afdoende oplossing bieden, moet de werkgever individuele maatregelen nemen. Bijvoorbeeld het werk zo organiseren dat werknemers minder risico lopen (taakroulatie).

Als laatste mogelijkheid kan de werkgever gratis persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken. Dit is in principe een tijdelijke (nood)oplossing en dient tot het strikt noodzakelijke te worden beperkt.

De maatregelen op de verschillende niveaus hebben nadrukkelijk een hiërarchische volgorde. De werkgever moet dus eerst de mogelijkheden op hoger niveau onderzoeken voordat besloten wordt tot maatregelen op  een lager niveau. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn (technische, uitvoerende en economische redenen). Dit is het redelijkerwijs-principe. Die afweging geldt voor elk niveau opnieuw.

Al bij de inrichting van werkplekken en functies moet de werkgever gevaren proberen te vermijden volgens deze arbeidshygiënische strategie. Het is toegestaan verschillende maatregelen op verschillende niveaus te combineren om de risico’s te verminderen.

Uit de Branche RI&E Binnenvaart aangaande blootstelling aan gevaarlijke stoffen komen restrisico’s die aan boord aanwezig zijn naar voren. Een Aanvullende Risico-inventarisatie en -evaluatie (ARIE) zal die risico’s bij de opslag van en het werken met gevaarlijke stoffen identificeren, inventariseren en evalueren. Ook moet je aangeven hoe je de risico’s beheerst. In sommige gevallen moet je een ongevalsscenario opstellen. Bij toezicht op werkzaamheden waar blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden is het aan te bevelen om de volgende prioriteiten in acht te nemen.

Concentreer je in eerste instantie op de mens. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de ongevallen komt door menselijk falen. Denk hierbij aan de achtergrond, opleiding en ervaring van de personen die aan boord werken om de risico’s juist in te schatten.

Hiernaast spelen de omgevingsfactoren een rol. Is er zogenaamd “heetwerk” ( snijden, branden, lassen, gutsen) in de nabijheid, kunnen er reacties van stoffen plaatsvinden. Elke locatie brengt specifieke gevaren met zich mee. Een voorpiek met slechte ventilatie en geringe verlichting is voor het ophopen van concentraties gevaarlijke stoffen risicovoller dan een gangboord waar voldoende ventilatie is. Het gebruik van machines en gereedschap verhoogt het gevaar van aanraking met gevaarlijke stoffen. Denk aan snijgevaar en een mogelijke verwonding in combinatie met koel of snijvloeistof. De gevaarlijke eigenschappen van de stoffen zelf zijn zoals eerder verwoord natuurlijk ook een zwaar wegende factor in het vaststellen van de risico’s.

Bij het vervoeren en werken met gevaarlijke stoffen moet men voorbereid zijn voor het geval dat er toch iets mis kan gaan. Zorg aan boord voor de juiste voorzorgsmaatregelen zoals wettelijk vereist. Denk ook aan uitbreiding van de EHBO uitrusting met speciale middelen voor behandeling van aanraking met gevaarlijke stoffen zoals een oogspoelfles. Wanneer er een slachtoffer is die vergiftigingsverschijnselen vertoont, is het belangrijk dat direct EHBO wordt verleend en medische hulp wordt ingeroepen. Vermeld bij het inschakelen van hulp ook altijd de naam van de stof waaraan het slachtoffer is blootgesteld en neem of geef het veiligheidsinformatieblad mee naar arts of ziekenhuis.

Het  bekende gezegde: “Voorkomen is beter dan genezen” gaat hier natuurlijk op. De beste preventie is het naleven van de voorschriften en streven naar een zo hoog mogelijk niveau van hygiëne. Daarnaast moet de werkgever voorzien in een instructie over het juiste en veilige gebruik van gevaarlijke stoffen en hierop toezien.

 

Persoonlijke bescherming, CE-markering
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)  zorgen ervoor dat de gevolgen van een ongewenste gebeurtenis worden beperkt. Om dit te kunnen doen moeten er strenge eisen aan een PBM worden gesteld. Veilige PBM’s zijn te herkennen aan een CE-keurmerk. CE staat voor Conformité Européenne. Het betreft Europese regelgeving over de minimale veiligheidseisen. Vaak wordt na de CE markering, met behulp van een code, de mate van bescherming van het betreffende PBM aangegeven. Verder is het van belang dat ze doelmatig en ergonomisch (aangepast aan de gebruiker) zijn en dat ze geleverd worden met een goede gebruiksaanwijzing.

Een voorbeeld van werken met gevaarlijke stoffen is het onderhouden van accu’s. Denk hierbij aan het meten, en bijvullen van een accu waarbij een verkeerde handeling tot morsen van accuvloeistof kan leiden. Het gemorste accuzuur kan kleding beschadigen, wonden veroorzaken en in het ergste geval indien en spatje in het oog komt tot blindheid leiden. Indien een accuruimte niet of onvoldoende word geventileerd kan het in de accu’s gevormde knalgas een explosie opleveren indien een ontstekingsbron aanwezig is.


Afbeelding: open ontstekingsbron bij accu’s

 

Een goede arbeidshygiënische strategie is het vervangen van accu’s door de nieuwere typen onderhoudsvrije accu’s. Deze accu’s zijn in aanschaf echter duurder dan de conventionele accu’s. Het zogenaamde redelijkerwijs-principe geeft hierbij een tijdelijke uitweg, waardoor de accu’s niet direct vervangen hoeven te worden. Echter de volgende stappen van de strategie vergen van de schipper/eigenaar wordt verwacht dat er een juiste ventilatie bij de opstelling van de accu’s is, dat er explosieveilige schakelingen nabij de accu zijn en dat de juiste instructie wordt gegeven over het veilige onderhoud en het gebruik van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen. Op het juiste gebruik hiervan dient toezicht te worden gehouden.

Een voorbeeld van een instructie kan als volgt luiden:

  • Draag goede beschermende kleding zoals handschoenen, laarzen of zuurbestendige veiligheidsschoenen, gelaatsbescherming en een zuurbestendige overall of schort.
  • Zorg voor goede ventilatie.
  • Zorg voor goede verwerking van eventueel “morsen”.
  • Zorg altijd dat bij werkzaamheden met gereedschap nabij of boven accu’s deze afgeschermd zijn met isolerend materiaal. Een steeksleutel die per ongeluk op de polen van een accu valt kan een heftige kortsluiting veroorzaken met mogelijk een explosie van de accu tot gevolg.

De opslag van gevaarlijke stoffen moet voldoen aan de PGS 15-richtlijnen. Op de werkplek mag niet meer dan de dagvoorraad aanwezig zijn. De rest van de voorraad moet in opslagruimten zijn weggeborgen. Verpakkingen moeten de gevaarlijke stof binnen houden. Vaste stoffen moeten in siftproof zakken of drums. Vluchtige stoffen in hermetische verpakking (airtight jerrycans of drums). Gassen in lekvrije, drukbestendige gasflessen. Als jerrycans op een warme dag bol gaan staan, is dat op zich een goed teken. De stof treedt niet buiten de verpakking. Het is wel een aanwijzing, dat de opslag op een koelere plaats moet gebeuren.

Na gebruik kan de werkvoorraad het beste in een brandbestendige opslagkast worden weggeborgen.

Indien u twijfelt over de juiste inrichting van de opslag van gevaarlijke stoffen aan boord en u informatie wilt inwinnen over hoe deze opslag in te richten kan u de “Stoffenmanager” raadplegen!

 

 

Afbeelding: opslag gevaarlijke stoffen

 

Periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO)
Zoals eerder beschreven kunnen de gevolgen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen zich pas na geruime tijd openbaren. Als onderdeel van de arbeidshygiënische strategie is ook het vaststellen  van de mogelijke schadelijke gevolgen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen van belang.

De werkgever stelt de werknemers periodiek in de gelegenheid een onderzoek te ondergaan, dat erop is gericht de risico’s die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich brengt zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Door personen die worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen op een dergelijke manier te monitoren kunnen mogelijke schadelijke gevolgen vroegtijdig worden onderkend en op de juiste wijze worden ondervangen door het nemen van de juiste maatregelen.

Paragraaf 5 van hoofdstuk 4. van het Arbobesluit dat gaat over gevaarlijke stoffen en biologische agentia geeft hiervan een nadere uiteenzetting.

 

Ga naar boven