Bij het afmeren van een bunkerschip langszij een zeeschip moet zoveel mogelijk voorkomen worden dat het bunkerschip in de ladingzone van het zeeschip afgemeerd wordt. Soms kan dit opgelost worden door gebruik te maken van een langere slang.

Ligt het bunkerschip toch in de ladingzone, beoordeel dan voordurend of er stuwadoorswerkzaamheden boven of nabij het bunkerschip(gaan) plaatsvinden. Niet alleen vallend sjormateriaal kan levensbedreigend zijn ook wegspattend schroot, erts of steenkool vallend van grote hoogte kan zwaar letsel veroorzaken!  Laat in alle gevallen de opvarenden van het bunkerschip niet aan de "binnenzijde" van hun schip lopen! Blijkt dat er materiaal of lading van het zeeschip is gevallen, laat dan onmiddellijk de bunkering staken. Meld dit aan de gezagvoerder van het zeeschip en aan de stuwadoor en laat door hen passende maatregelen nemen voordat de bunkering hervat wordt.

Zorg voor zo veilig en doelmatig mogelijk goedgekeurd (conform Warenwetbesluit klimmateriaal) en/of NEN2484-1989) klimmateriaal om aan boord van het zeeschip te komen. Het gebruik van touw- of loodsladder van het zeeschip is af te raden omdat vaak onvoldoende duidelijk is of deze ladder deugdelijk is opgehangen en of de staat van onderhoud van de ladder wel aan de minimale veiligheidseisen voldoet. Als een ladder op de bunkergiek is aangebracht laat deze dan zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met de hiervoor genoemde norm en besluit.

Rederijen geven in hun handboeken vaak al aan dat er bij een hoogteverschil van zes meter en meer gebruik moet worden gemaakt van een gangway of kooiconstructie. Als dit niet mogelijk is en er toch gebruik van een ladder moet worden gemaakt, zorg er dan voor deze goed en veilig op te stellen:
  • De ladder moet in een hoek van 75 graden staan. Als men met de voeten tegen de onderkant van de ladder staat en de armen vooruit strekt, moet men de ladder precies kunnen vastpakken.
  • Laat de ladder tenminste een meter uitsteken boven de plaats waar de ladder toegang toe geeft.
  • Laat de ladder voor het beklimmen, door de bemanning van het zeeschip aan de bovenkant vastzetten met een touw of speciale borgvoorzieningen, om zijdelings wegglijden te voorkomen. Dit kan van onderaf ook worden gedaan door een lange lijn welke boven aan de trap vast zit, beneden op het bunkerschip naar twee zijden strak vast te zetten.
Overweeg de aanschaf van een uitschuifbare ladder (een zogenaamde magirusladder) zoals ook bij de brandweer gebruikt wordt. Laat geen gereedschap of materiaal door de werknemer meedragen. Het noodzakelijke materiaal kan door hem met een emmer aan een hieuwlijn van het schip aan boord gehesen worden. Leg de afspraken met het zeeschip schriftelijk vast op basis van een veiligheidschecklist (het schip-schip formulier). Hierop kunnen ook aanvullend afspraken genoteerd worden. Bij het bunkeren van binnenschepen zou de ADN-checklist – verkrijgbaar in de handel - hiervoor als basis kunnen dienen. Hoewel het ADN niet meer geldig is, is de betreffende checklist nog steeds een goed hulpmiddel om de veiligheidsaspecten in kaart te brengen.
Zorg altijd voor de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zoals:
  • Schoenen met verharde neuzen en antistatische zolen.
  • Veiligheidshelm.
  • Signaalkleding met retorreflecterende strepen op de schouders; vooral tijdens het bunkeren langszij zeecontainerschepen.
  • Overige signaalkleding, jassen, overalls, hesjes.
  • Juiste werkkleding.
  • Bij het werk aan dek en zeker bij het aan- /afmeren en overstappen naar het andere schip het dragen van een automatisch opblaasbaar zwemvest.
  • Gebruik doeltreffende communicatieapparatuur.
Bij bunkeroverslag van binnenvaartschepen naar zeeschepen is bijna altijd een grote hoogte tussen de twee schepen te overbruggen. Voor er een overstap naar het zeeschip kan worden gemaakt moet het schip eerst deugdelijk worden afgemeerd. Nadat het schip is afgemeerd kan de overstap worden gemaakt met in achtneming van de volgende regels:
  • Er mogen geen ladders worden gebruikt als de schepen nog niet langs elkaar afgemeerd zijn.
  • Zorg dat de ladderdelen elkaar minstens twee sporten overlappen.
  • Als u materialen moet vervoeren, gebruik dan hulpmiddelen.
  • Bij het uitvoeren van werkzaamheden boven twee meter altijd voor drie steunpunten zorgen (een hand en twee voeten) of - als dit niet kan - een harnasgordel gebruiken.
 

Afbeelding 3 (animatie)
 
Bij een overstap van op een hoogte zes meter of meer moet bij voorkeur een gangway worden gebruikt. In de praktijk zal het vaak via de trap op de bunkergiek gaan, waarbij dan op hoogte de valbeveiliging in orde moet zijn, zoals railing langs de trap en/of het gebruik van harnas en veiligheids lijn. Als er een platform bovenaan de giek aangebracht is, moet deze met een hekwerk afgezet zijn om vallen te voorkomen. Zie hiervoor Arbobesluit over werken op hoogte art. 3.16 voorkomen valgevaar.
 

Afbeelding 4: Vaste trap op een bunkergiek

Voor het bunkeren in de havens van zeeschepen die met containers geladen zijn, hebben brancheorganisaties in samenwerking met rederijen een Protocol Bunkerveiligheid opgesteld. De doelstelling van dit protocol is het voorkomen van schade aan bunkerlichters en/of zijn bemanning ten gevolge van vallend (sjor)materiaal ten tijde van het bunkeren van containerschepen en de risico’s van het ontstaan van schade te beperken. In dit protocol staat precies vermeld waar een bunkerschip(boot) vast mag maken aan een zeeschip en waar risico’s aanwezig zijn dat er door sjorwerkzaamheden op het zeeschip sjormateriaal naar beneden kan vallen. Dit protocol is een goede richtlijn voor veilig werken langszij van zeecontainerschepen.
 
De plaats waar de bemanning van bunkerschepen niet mag komen wordt aan de rij containers gekenmerkt door een signaalband met de tekst “DANGER”. In de praktijk blijkt dat, zie onderstaande afbeelding, deze signaalband niet altijd wordt gebruikt door de sjorders. Hierdoor kunnen dus heel gevaarlijke situaties ontstaan.

Afbeelding 5: Signaalband

 
Het varend bunkeren van binnenschepen
Varend bunkeren levert voor bemanning, schip en milieu een verhoogd risico. Voor het varend bunkeren is in 2005 een rapport gemaakt in opdracht van de provincie Zuid-Holland. Met dit rapport (zie rapport varend bunkeren) is nagegaan wat het varend bunkeren voor nadelen/voordelen heeft vergeleken bij bunkeren op het bunkerstation.

 
Voorkomen schade
De risico’s voor de betrokken bemanningsleden (te water raken), de schepen en voor het milieu (breken ladingslang) moeten echter zoveel mogelijk worden uitgeslotenOplossingen hiervoor zijn:
  • Het dragen van een reddingsvest door de bemanningsleden van beide schepen.
  • Aanpassen van de vaarsnelheid in de opvaart, vooral bij het langszij komen van de bunkerboot.
  • In de afvaart wordt door het te bunkeren schip de snelheid zodanig aangepast zodat de bunkerboot niet teveel last heeft van buiswater. Echter, door de lagere snelheid is het moeilijk langszij komen voor de bunkerboot en is het risico voor de overige vaart veel groter, omdat het gekoppelde samenstel een drijvend obstakel kan worden op de vaarweg.
Bunkeren tijdens slecht zicht kan mogelijk gevaarlijk zijn. Een oplossing om de bunkerprocedure veiliger te maken is mogelijk door de bunkerboot altijd met minimaal twee bemanningsleden uit te laten varen, zodat de schipper van de bunkerboot niet zijn stuurhut hoeft te verlaten en een veilige navigatie kan blijven voeren.

Speciale regels gelden er voor schepen met gevaarlijke stoffen. Schepen met twee/drie blauwe kegels mogen niet langszij van een bunkerstation bunkeren (ADN 7.1.5.4.3). In ADN 7.1.5.4.4 en ADN 7.2.5.4.4 wordt ook vermeld dat de plaatselijke overheid de voorgeschreven afstand kan inkorten. Dit is een mogelijkheid om bij mist met een zicht van bijvoorbeeld minder dan 300 meter toch langszij een bunkerstation te gaan voor de bunkerhandeling

 
Voorkomen van schade aan het materieel (schepen)bunkermaterialen:
  • Zorg bij aankomst op de betreffende locatie voor doelmatige fenders/wrijfhouten om schade bij het langszij komen te voorkomen. Zeeschepen hebben vaak dikke versterkingen aan de huid gelast van tien tot twintig cm dik.
  • Gebruik de touwen en/of draden, bij voorkeur meer dan de minimaal vereiste  breeksterkte. Deze breeksterkte is per schip in kN (Kilo Newton) vermeld in het Certificaat Van Onderzoek, dit is afgestemd op het totale gewicht van het schip inclusief lading. Bedenk dat kunststof touwwerk snel veroudert bij blootstelling aan zonlicht. Zorg dat de touwen tijdens de hele procedure strak genoeg blijven staan.
  • Tijdens het langszij komen van de bunkerboot bij een varend schip, dient dit varende schip de snelheid aan te passen aan de omstandigheden zoals stroomrichting, wind, buiswater, hoogte schip en mist.
  • Schippers die bunkerstations voorbijvaren, waar een schip langszij ligt voor bunkerwerkzaamheden, moeten hun snelheid aanpassen als er hinderlijke zuiging of golfslag kan worden veroorzaakt.
 
Voorkomen van schade aan het milieu
De vereisten om een milieuschade te kunnen voorkomen zijn:
  • Werk rustig en bedachtzaam.
  • Maak eerst goede afspraken en gebruik hiervoor de juiste formulieren:
    • Voor de zeevaart het zogenaamde schip-schip formulier.
    • De aanvullende bunkeropdracht van de betreffende havenautoriteiten in vullen en voor de overslag opsturen naar de plaatselijke havenautoriteiten. In Rotterdam: Bunkercontrolelijst. In Amsterdam: Bunkercontrolelijst Amsterdam. In Terneuzen en Vlissingen: Zeeland Seaport verordeningen bijlage V.
    • Voor de binnenvaartbunkers de bunkercontrolelijst, zoals verplicht in het RPR art. 15.06. Spreek tijdens varend bunkeren ook tussen beide partijen de vaarsnelheid af en leg dit schriftelijk vast.
    • Zeevaart is gebonden aan de regels van MARPOL 73-78. Marpol 73-78 maakt onderscheid tussen operationele en accidentele vervuiling. Operationele vervuiling komt voor bij operaties zoals laden en lossen. Betere procedures moeten operationele vervuiling beperken. Accidentele vervuiling komt voor bij ongelukken. Regels voor betere opleiding en een betere bouw van schepen moeten ongelukken voorkomen of tenminste de vervuiling beperken.
  • Gebruik de juiste aansluitingen, pakkingen en vul altijd alle boutgaten met de juiste passende bout en draai deze gelijkmatig vast.
  • Bij binnenvaart gasolie/smeerolie-bunkeringen daar waar mogelijk de vaste Elaflex TW koppeling gebruiken (bunkerboten en bunkerstations hebben vaak vele soorten verloopstukken).
  • Houd voor alle zekerheid poetslappen en/of absorptiemateriaal bij de hand om mogelijk morsen bij het aan/afkoppelen op te nemen.

Afbeelding 6: Elaflex TW koppeling
 
Ga naar boven