De voornaamste oorzaken van (val-)ongevallen aan boord zijn:
  • Onvoldoende orde en netheid.
  • Ontbreken veilige toegang tot het schip.
  • Ontbreken veilige toegang tot het ruim.
  • Ongelijke vloeren.
  • Onbeschermde hoogten.
  • Dynamische omgeving en weersomstandigheden.
Onvoldoende orde en netheid
De inrichting van een goed opgeruimde, overzichtelijke, en goed verlichte werklocatie is de basis voor veilig werken aan boord. Regelmatig blijkt dat er bij veel werkzaamheden orde en netheid ontbreken. Daarom moet hier extra aandacht aan besteed worden om zo de veiligheid in stand te houden. Als er bijvoorbeeld een staaldraad in het gangboord ligt, kan dat tijdens het meren zorgen voor valgevaar.


Afbeelding: naar buiten slaande deur, ongemarkeerde bolder, staaldraad door het gangboord.

Geen veilige toegang tot het schip
Opvallend is dat het veilig betreden en verlaten van het schip voor de bemanning - maar ook voor derden - in veel gevallen slecht is geregeld. Bijvoorbeeld omdat trappen langs een kade slecht onderhouden of niet veilig te bereiken zijn, of omdat de leuningen van loopplanken ontbreken. Veel schippers verwijzen naar het feit dat kades slecht worden onderhouden, en leggen de verantwoordelijkheid daarvan bij het havenbedrijf of de instelling waar wordt geladen of gelost. Toch is het zo dat de gevolgen van de keuze waar het schip meert en de daaraan verbonden beperkte of (on-) mogelijkheden voor het veilig van en aan boord gaan, altijd de verantwoording van de werkgever is.

Afbeelding: koorddansend aan boord!

Geen veilige toegang tot het ruim
Op veel schepen zijn veiligheidsvoorzieningen aangebracht, maar in een aantal situaties wordt gebruik gemaakt van een ladder. Deze is vaak te kort, of van een slechte kwaliteit, of wordt niet tegen omvallen geborgd. Kortom, het betreden van het ruim kan verbeterd worden door vaste trappen of vaste ladders.

Een ladder valt onder de richtlijn Arbeidsmiddelen, zie ook de leidraad veilig werken met ladders. Deze richtlijn verplicht de werkgever de werknemers met zodanige arbeidsmiddelen te laten werken, dat de veiligheid en gezondheid van de werknemers tijdens het gebruik kunnen worden gewaarborgd. Naast het feit dat de ladder valt onder de definitie van arbeidsmiddelen, is in het Arbobesluit artikel 7.33 een aanvullend voorschrift opgenomen. Het voorschrift geeft aanwijzingen om risico’s van uitglijden en omvallen te minimaliseren. 


Afbeelding: Veilige toegang tot het ruim?

Ongelijke vloeren
Een binnenvaartschip kenmerkt zich door de aanwezigheid van ongelijke vloeren en soms moeilijk begaanbare dekken. Machinekamers met de nodige leidingen en kabelgoten, die in de vaak beperkte ruimte niet optimaal verlicht zijn, kunnen tot valgevaar leiden. Ook fouten in de constructie, of in de afwerking, kunnen tot onbedoelde obstakels leiden die valgevaar veroorzaken.


Afbeelding: Een wirwar van obstakels

Onbeschermde hoogten
Niet alle werkplekken zijn voldoende afgeschermd tegen valgevaar. Aan boord van schepen is bovenop de roef geen afscherming om valgevaar tegen te gaan. Hier is extra voorzichtigheid geboden.


Afbeelding: Onbeschermde hoogte

Bij het werken aan boord van containerschepen tijdens het laden en lossen komt het regelmatig voor dat mensen op de containers lopen zonder valbeveiliging. Als er gevaar is voor vallen van grote hoogte, moeten binnenschippers en stuwadoorsbedrijven maatregelen nemen. Algemeen beleid hierbij is, dat in elk geval veiligheidsmaatregelen nodig zijn vanaf een hoogte van 2,50 meter. Als er bijkomende gevaren zijn, zoals werken boven uitstekende delen of vallen in het water, moeten er al bij geringer valgevaar maatregelen worden getroffen. 


Afbeelding: Boven je macht werken op een ladder die niet geborgd en onder een steile hoek staat.

Het handelen van meertrossen en staaldraden brengt grote krachten met zich mee. De kracht van een lier of het gewicht van het schip dat aan de tros hangt is door de menselijke kracht niet te compenseren. Het is daarom van belang dat het goede vakmanschap van de opvarenden zorgt dat de risico’s bij deze werkzaamheden zo worden beheerst dat hier geen ongewenste gebeurtenissen uit voort komen.

Dynamische omgeving en weersomstandigheden
De arbeidshygiënische strategie van artikel 3 Arbo-wet eist aanpak van risico’s bij de bron, maar als dat in redelijkheid niet kan worden gevergd zijn lichtere maatregelen voldoende. Zo kan voor een werknemer geen vaste ondergrond worden verlangd voor de werkplek boven of op het water, maar wel valbeveiliging en voorzorgsmaatregelen zoals het dragen van een harnasgordel of een reddingsvest.

De weersomstandigheden kunnen de veiligheid op de werkplek negatief beïnvloeden. Bij kou, sneeuw en regen, wanneer de dekken glad zijn, levert lopen door het gangboord meer risico’s op dan bij droog en kalm weer.

Door plotselinge scheepsbewegingen kan ook valgevaar ontstaan. Het naleven van de veilige werkprocedures is dan van groot belang.


Afbeelding: Een reddingsvest zou niet misstaan!
Ga naar boven