Dit deel gaat dieper in op de mogelijke risico’s van verdrinken in de binnenvaart. Er wordt kort omschreven waar de mogelijke oorzaken liggen en wat u aan boord kunt regelen om de oorzaken te herkennen en deze weg te nemen. Tevens wordt verwezen naar bestaande instrumenten en hulpmiddelen om aan de Arbowet te voldoen.

De meeste dodelijke ongevallen in de binnenvaart zijn  ontstaan door het te water raken en verdrinken van opvarenden. Bij verdrinking is er kans op overlijden als het lichaam - of een bepaald deel van het lichaam - niet voorzien wordt van voldoende zuurstof. Verdrinking ontstaat door een overvloed aan vloeistof in de longen, of door verstikking bij onderdompeling. Verdrinking is al mogelijk in enkele centimeters water.
 
Risico’s
  • Bij dekwerkzaamheden is er kans dat men struikelt of uitglijdt en overboord slaat met als gevolg verdrinking.
  • Bij een varend schip is de zuiging van het schip en de werking van de schroef die achter het schip een sterke stuwing veroorzaakt een bijkomende bedreigende factor. De drenkeling kan aangezogen worden.
  • De weersgesteldheid, de tijd van het jaar met hun specifieke gevaren en het tijdstip van de dag (in verband met de zichtbaarheid) zijn belangrijke factoren bij het veilig bewegen over het dek bij zowel een stilliggend als varend schip.
De grootste gevaren om te verdrinken bij het te water raken zijn echter:
  • Het onderkoeld raken. Dit risico bestaat niet alleen in de winterperiode. Ook water van 20º C kan als iemand daar langere tijd in ligt al tot onderkoeling leiden.
  • Desoriëntatie
  • De schrikreactie en hierdoor niet in staat zijn te reageren (shock).
  • Onder invloed van drank, drugs of medicijnen zijn.
  • Letsel door het raken van obstakels tijdens een val.
  • Onvoldoende beheersing van de zwemkunst en zwemmerskramp. Het afleggen van een zwemexamen gekleed zwemmen in een zwembad van 25° C is iets heel anders dan in een IJsselmeer met water van 10° C met golfslag en met winterkleding en zware laarzen. 
Ga naar boven