Inleiding
In de tankvaart komt het vaak voor dat het gezin aan boord woont. Vooral de niet schoolgaande kinderen wonen permanent aan boord. Deze groep wordt niet bedoeld met jeugdigen in de zin van het Arbobesluit. Wel zijn er bepalingen in het ADN 8.3.1 waarin beschreven wordt dat personen, die geen onderdeel van de bemanning zijn, zich niet of alleen in de ladingzone mogen bevinden. Personen onder 14 jaar mogen niet aan boord zijn, wanneer er in ADN deel 3.2 Tabel C, kolom 19, twee blauwe kegels of lichten worden vereist.

Aan boord kunnen jongeren onder worden verdeeld in de volgende categorieën:
  • Jongeren die in gezinsverband aan boord wonen, maar niet werken.
  • Werkende jongeren
In de zin van de Arbeidstijdenwet zijn de werkende jongeren vervolgens onder te verdelen in:
  • Kinderen 15-jarigen
  • Jeugdigen 16-, en 17-jarigen
Alleen jeugdigen mogen onder voorwaarden als werknemer worden ingezet in de tankvaart.
 
Lading risico’s
Zoals in de inleiding al genoemd is het verboden jeugdigen te laten werken of bloot te stellen aan stoffen die genoemd worden in artikel 4.105 van het Arbobesluit, waaronder CRM-stoffen. De risico’s van blootstelling aan dergelijke stoffen hebben op jeugdige leeftijd niet direct gevolgen, maar kunnen zich op latere leeftijd openbaren. Uit onderzoek komt naar voren dat de concentraties van ophoping van schadelijke stoffen hoger liggen bij volwassenen dan bij jeugdigen. Voor de moeilijk afbreekbare stoffen, zoals dioxines, PCB’s,HCB’s en voor de metalen cadmium en lood geldt dat ze zich opstapelen in het lichaam bij het ouder worden. In dat geval spreken we van een chronische vergiftiging waarvan de oorzaak een aanraking of blootstelling aan een kleine hoeveelheid giftige stof over een langere periode is.

Dragen van reddingsvesten (zie ook het onderwerp Verdrinking)
Naast de problematiek van de CRM-stoffen worden ook in de tankvaart op andere onderdelen nog steeds gevaarlijke situaties aangetroffen. Een deel van deze risico’s komen niet alleen in de tankvaart voor, maar gelden voor de gehele binnenvaart. Het gaat bijvoorbeeld om het niet gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen (reddingvest). Bij werkzaamheden of passages aan dek waarbij jeugdigen een verhoogd risico lopen te water te raken is het dragen van een reddingsvest verplicht. De werkgever (en zeker de schipper) moet er op toezien dat jongeren (en andere werknemers) in deze situaties een reddingsvest volgens norm EN 395 of EN 396 dragen. 

Bijkomende risico’s bij het te water raken maken de situatie echt gevaarlijk. De kans is groot dat bij het te water raken een hard voorwerp (scheepswand, walkant, of drijvend voorwerp) wordt geraakt. Het risico om het bewustzijn te verliezen door een dergelijke klap is groot. In de Binnenvaart Branche RI&E onderdeel verdrinken worden hier ook vragen over gesteld. 

Hieronder vindt u verwijzingen naar relevante documenten en rapporten:

 

Ga naar boven