Dit deel gaat dieper in op de mogelijke risico’s en calamiteiten in de binnenvaart. Er wordt kort omschreven wat de belangrijkste (arbeids-) risico’s zijn, waar de mogelijke oorzaken liggen en wat men aan boord kan regelen om deze oorzaken te herkennen en weg te nemen. Tevens wordt er verwezen naar bestaande instrumenten en hulpmiddelen om u te helpen aan de Arbo-wet te voldoen.

De inspectiediensten hebben de belangrijkste risico’s in de binnenvaart bepaald aan de hand van:

  • De ongevallencijfers binnen de branche.
  • Ervaring vanuit de uitgevoerde inspectieprojecten.

Bij de beschrijving van de risico’s worden de volgende begrippen (zie definities) gehanteerd:

  1. Scheepsongeval
  2. Ongeval met slachtoffer(s)
  3. Vaarwegschade
  4. Scheepsschade
  5. Ladingschade
  6. Milieuschade
  7. Stremming

In de binnenvaart kan men de calamiteiten die kunnen voorkomen indelen in de volgende gebeurtenissen:

  • Brand aan boord.
  • Gevaren ontstaan door de lading (explosiegevaar, stabiliteitsverlies, ontsnappen van gevaarlijke stoffen).
  • Lek stoten en kapseizen.
  • (Gevaar voor) aanvaring.
  • Overboord raken van een opvarende.
  • Een bedreigende situatie vanuit de omgeving.

 

Brand aan boord

Brand kan op vele manieren ontstaan. Het gevaar voor het ontstaan van een brand is altijd aanwezig. De oorzaak van een brand kan liggen in de inrichting en uitrusting van het schip. Denk hierbij aan een defect in de bekabeling in een machinekamer met brand tot gevolg. Denk ook aan het niet goed opstellen, inspecteren en onderhouden van systemen met brandbare gassen of vloeistoffen waardoor explosieve situaties kunnen ontstaan.

Menselijk handelen kan ook de oorzaak zijn van het ontstaan van brand. Denk hierbij aan roken of het niet goed opruimen van brandbare stoffen nabij werkzaamheden waarbij hitte of vonken vrijkomen. De risico’s van brand voor opvarenden, schip en de omgeving zijn door de beperkte evacuatiemogelijkheden groter dan aan de wal.

 

Gevaren ontstaan door de lading

Explosiegevaar, stabiliteitsverlies, gevaarlijke stoffen die ontsnappen en die de opvarenden kunnen bedwelmen of vergiftigen zijn voorbeelden van situaties waarbij de opvarenden het schip en de omgeving direct gevaar lopen. Het niet naleven van de voorschriften in combinatie met onvoorziene omstandigheden door defecten als gevolg van lekkage kan tot een explosieve situatie aan boord leiden. Een onjuiste belading geeft een verlies van statische stabiliteit. Dit in combinatie met de dynamische stabiliteit bij het manoeuvreren kan leiden tot het gevaar van kapseizen. De aard van de lading en de daaruit voortvloeiende gevaren zijn algemeen bekend maar de gevaren wanneer verschillende ladingen met elkaar mengen en reageren en de gevaren van gegaste lading zijn niet altijd voldoende bekend. Hierdoor kunnen opvarenden bedwelmd of vergiftigd worden.

 

Lekstoten en kapseizen

Bij schade aan het schip waarbij de waterdichtheid wordt aangetast is altijd direct gevaar voor opvarenden, schip of omgeving. Het verlies aan stabiliteit kan zo groot zijn dat het schip hierdoor kan zinken of omslaan. Daarnaast is uit het onderzoek gebleken dat het zonder stabiliteitsberekening plaatsen van werktuigen, zoals kranen en transportbanden op werkvaartuigen en pontons een potentieel gevaar oplevert voor schip en bemanning. Deze vaartuigen beschikken doorgaans op zichzelf wel over voldoende aanvangsstabiliteit, maar vertonen door de plaatsing en het gebruik van deze aan dek geplaatste hulpmiddelen sterk wisselende stabiliteitscondities.

Op open wateren wordt de binnenvaart geconfronteerd met andere grotere beroepsvaart die doorgaans met hogere snelheden vaart. De hierdoor opgewekte golfpatronen leiden er maar al te vaak toe dat (diepgeladen) binnenvaartschepen in de problemen komen.

 

Afbeelding: gevaar voor vervullen en zinken bij golven of op open water

 

(Gevaar voor) aanvaring

Het gevaar voor aanvaring is altijd aanwezig in de binnenvaart. Verslechterende weersomstandigheden en verminderd zicht verhogen de kans op aanvaring aanzienlijk. Ook het niet naleven van de beginselen van het goede zeemanschap of vermoeidheid waardoor de schipper of stuurman minder alert is verhoogt het gevaar voor aanvaring aanzienlijk. Bij een aanvaring zijn direct alle opvarenden blootgesteld aan groot gevaar en is adequaat handelen essentieel om letsel of erger te voor komen.

 

Overboord raken van een opvarende

De meeste dodelijke ongevallen in de binnenvaart zijn toe te schrijven aan het overboord slaan en verdrinken van opvarenden. Het niet tijdig opmerken van het overboord raken is levensbedreigend. Personen die overboord raken lopen het gevaar van overvaren te worden door andere scheepvaart, het geraakt worden door de schroef van het eigen schip, meegesleurd worden door de stroom en het gevaar voor onderkoeling.

 

Een bedreigende situatie vanuit de omgeving

Een gevaar hoeft niet vanuit de bedrijfsvoering aan boord te komen maar ook de omgeving kan een noodsituatie veroorzaken. Denk hierbij aan het eerder genoemde gevaar van golfslag op open water veroorzaakt door andere vaarweggebruikers. In haven gebieden wordt gevaren en langs kaden gemeerd waar veel industrie is met alle gevaren van dien. Ook op deze onvoorziene omstandigheden moet men bedacht zijn en voorzorgsmaatregelen genomen hebben in het bedrijfsnoodplan.

Een door de werkgever goed uitgevoerd arbeidsomstandighedenbeleid voorziet in het organiseren van het werk op een zodanige wijze dat dit geen nadelige invloed heeft op de veiligheid en/of gezondheid van de werknemers en derden.

Kennis van de risico’s die in de binnenvaart tot calamiteiten kunnen leiden zijn hiervoor een belangrijke basis. De projectrapportage “Inspectieproject Binnenvaart 2005“ in het algemeen en de “Themastudie naar de brandveiligheid van passagiersschepen” in de binnenvaart” voor de passagierssector geven een goed inzicht in de risico’s op het gebied van de mogelijke noodsituaties aan boord van binnenvaartschepen.

 

Vaststellen restrisico’s

De wet stelt een RI&E voor iedere bedrijf waarin werknemers werkzaam zijn verplicht. Binnenvaartondernemingen kunnen via de Binnenvaart Branche RI&E Bedrijfsnoodplan zelf eenvoudig een RI&E uitvoeren en een bijbehorend plan van aanpak opstellen. Een onderdeel van een RI&E is het benoemen van de restrisico’s.

Bij restrisico’s moet men denken aan risico’s die niet (volledig) zijn uit te sluiten door het nemen van (Arbo)maatregelen. Hierbij kan men denken aan:

  • Risico’s van natuurlijke aard (Force majeur) zoals blikseminslag, storm.
  • Risico’s van technische aard zoals uitvallen van de hoofdstroomvoorziening, brand en explosie, blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
  • Risico’s van sociale aard zoals stremming als gevolg van stakingen of een afsluiting van een havengebied door verhoogde terreur dreiging.
  • Risico’s van externe aard als verdrinking, omvallen van havenkraan op het schip.
  • Risico’s van medische aard zoals onwel worden, beroerte, hartinfarct.

 

Overige gevaren

Andere gevaren die aan boord van een schip aanwezig kunnen zijn:

  • Niet zichtbare obstakels of openingen bij grote rookontwikkeling.
  • Het ontbreken van de mogelijkheid om (snel) van boord te gaan (extreme hellingshoek bij slagzij waardoor de bijboot niet kan worden vrij gezet).
  • Onderkoeling of verdrinking bij te water geraken.
  • Stoffen die vrijkomen uit blusmiddelen.
  • Reacties van stoffen met elkaar of met de blusstof.
  • Gevaren die voortkomen uit de aard van de vervoerde stoffen.
  • Een veelvoud aan nationaliteiten en miscommunicatie.

Gevaren kunnen ook ontstaan na een calamiteit in de vorm van gevolgschade. Dit kan voortkomen uit:

  • Elektrocutie door open elektrische leidingen.
  • Vergiftiging door hoge concentraties achtergebleven stoffen.
  • Verstikking door verdrijving van zuurstof bij gebruik van bepaalde blusmiddelen.
  • Verbranding door hittegeleiding van staal
  • Hernieuwd explosiegevaar door te vroeg toe laten van omgevingslucht
  • Te vroeg terugkeren van personen naar een ontruimde maar nog niet veilige ruimte. 
Ga naar boven